Experimenteel- en vignettenonderzoek
In een economisch experiment maken menselijke proefpersonen beslissingen in een gecontroleerde omgeving. Wanneer hun beslissingen (mede) afhangen van de beslissingen van andere proefpersonen (spelers), spreken we van een speltheoretisch experiment. In dit project zijn we geïnteresseerd in de mate van solidair gedrag en de onderliggende motieven daarbij. Proefpersonen spelen in groepen van vier en geven antwoorden op quizvragen. Het beantwoorden van deze quizvragen is een modellering van productie zoals die in de economische realiteit optreedt. De twee beste spelers van een groep krijgen ieder een som geld die ze naar eigen inzicht mogen verdelen. We operationaliseren solidariteit als het percentage van het te verdelen bedrag dat (vrijwillig) wordt gedeeld met de andere spelers. Proefpersonen krijgen vooraf uitgelegd wat de spelregels van het spel zijn. Dat wil zeggen: hoe hun eigen beslissingen, de beslissingen van de andere spelers en eventueel het toeval (lot) van invloed zijn op hun verdiensten. Daarbij geldt de ‘no deception rule’: de proefpersonen kennen de bedoelingen van de onderzoekers en worden niet misleid. Juist omdat de ‘incentive-structuur’ duidelijk is voor de spelers, kunnen we conclusies trekken uit hun gedrag. Als proefpersonen bijvoorbeeld geld delen (solidair gedrag vertonen) met andere spelers, dan kan die keuze ook echt ten koste gaan van de eigen verdiensten aan het onderzoek. Daardoor is dergelijk gedrag overtuigend bewijs voor het optreden van solidariteit, veel meer dan wanneer mensen alleen zeggen solidair te zijn (hetgeen ook kan wijzen op sociale wenselijkheid). Economische experimenten lenen zich voorts bij uitstek voor het doen van uitspraken over de causaliteit. Omdat proefpersonen ‘ad random’ worden toegewezen aan de verschillende experimentele (gecontroleerde) condities, kunnen we eventuele verschillen in solidariteit causaal toeschrijven aan de experimentele manipulatie. In het kader van dit project willen we vaststellen hoe de verhouding is tussen eenzijdige solidariteit en tweezijdige solidariteit. Bij eenzijdige solidariteit staat tegenover de eigen prestatie naar verwachting geen tegenprestatie in de toekomst. Bij tweezijdige solidariteit staat tegenover de eigen prestatie naar verwachting een minimaal gelijke tegenprestatie in de toekomst. Ook zijn we geïnteresseerd in de motieven voor solidariteit. Daarbij kunnen we onder andere denken aan risico-aversie, ongelijkheid-aversie, sociale druk, identificatie en opvattingen over billijkheid. Ook willen we weten hoe de sociale context, en met name het onderscheid tussen allochtonen en autochtonen, en tussen jongeren en ouderen, van invloed is. Door de vormgeving van de experimentele condities kunnen we de invloed van verschillende motieven en de sociale context systematisch onderzoeken.
Klik hier voor een uitgebreide versie van de opzet van het onderzoek: Onderzoeksopzet_Maarten_Berg.doc